Waarom Groen een extremistische partij is.

Door Karim Van Overmeire op 22 september 2018, over deze onderwerpen: N-VA Aalst, Vlaams karakter, Vreemdelingenzaken & Inburgering

Wat ruist er door het struikgewas? Het zijn de griezelige ideeën van Groen.

Of waarom Groen wel degelijk een extremistische partij is…

 

Enkele dagen geleden reageerde Groen-lijsttrekker Lander Wantens verontwaardigd omdat ik zijn partij ‘extremistisch’ noemde. Het is niet mijn gewoonte om in holle frasen te spreken. Volgens Wikipedia is ‘extremisme’ een term die gebruikt wordt om een politieke ideologie te benoemen die ver van het politieke centrum of ver buiten het centrum van de maatschappij staat. Dat is voor Groen zeker het geval.

“Het kan menselijker, eerlijker en gezonder”, zo luidt de slogan waarmee de partij naar de verkiezingen trekt. Tegen menselijk, eerlijk en gezond kan geen zinnig mens wat hebben. De hippe ideetjes gaan helaas dikwijls gepaard met een belerend vingertje en met een vaak humorloze drammerigheid, maar dat is mijn punt niet. Het grondwettelijk recht van vereniging geldt immers ook voor de lichtjes verzuurde medemens. Wat mij meer zorgen baart is dat er tussen alle verdienstelijke standpunten over meer bomen en veilige fietspaden ook soms ronduit griezelige ideeën te vinden zijn. Hieronder geef ik vijf voorbeelden. Alles wat ik schrijf, kan u zelf nalezen in het partijprogramma of in recente media.

1/ Groen ondermijnt het gevoerde taalbeleid.

Na anderhalve eeuw is er in Vlaanderen een brede consensus gegroeid: het openbaar leven in Vlaanderen is Nederlandstalig. Dat betekent dat we de Nederlandse standaardtaal gebruiken bij meer officiële gelegenheden, terwijl er in een informele omgeving ruimte is voor allerlei varianten van het Nederlands en voor dialectvormen. In de privésfeer gebruikt iedereen trouwens de taal van zijn of haar keuze. Wil je Oezbeeks spreken met je nieuw lief of Swahili met je klanten? In Vlaanderen mag het.

Nederlands is evenwel de taal van de openbare ruimte. De taal vormt als het ware het cement dat de bakstenen bij elkaar houdt. Nederlands is ook de springplank die nieuwkomers kansen geeft. Daarom leveren we als stadsbestuur zeer grote inspanningen om via een taalcoach in het onderwijs, Alfaklassen, TAalst in het buitengewoon onderwijs, Taalbubbels, Oefen hier je Nederlands, Babbellonië en-ga-zo-maar-door alle nieuwkomers de kans te geven om onze taal te leren. Daartegenover staat dan weer dat aan onze loketten enkel Nederlands wordt gesproken, zoals overigens door de taalwetgeving wordt opgelegd. Ik heb de voorbije zes jaar een zeer breed draagvlak voor dit beleid ervaren.

Groen doorbreekt de consensus door soms lacherig te doen over de toepassing van de taalwetgeving. Kandidaten van Groen voeren openlijk campagne in andere talen en in het programma staat te lezen dat Groen wil dat er ‘respectvol wordt omgegaan met anderstaligheid’ en dat ‘tolken een belangrijke rol kunnen spelen’. Groen zaait hierdoor verwarring en geeft een heel fout signaal aan nieuwkomers.

2/ Groen rolt de loper uit voor oerconservatieve religieuze ideeën.

Groen is voorstander van gescheiden zwemuren voor allochtone vrouwen in het stedelijk zwembad. Lijsttrekker Lander Wantens verantwoordt dit door de stelling dat “vrouwen zich in elke omgeving gerust en comfortabel moeten kunnen voelen.” Ik vind persoonlijk ook dat vrouwen zich in elke omgeving gerust en comfortabel moeten kunnen voelen. Volgens mij moet dit wel gebeuren door kordaat op te treden tegen ongewenst gedrag en niet door vrouwen uit het gezichtsveld van al te hitsige mannen te verwijderen.

Laten we de zaken trouwens bij naam noemen. Het voorstel van gescheiden zwemuren komt er niet omdat er in ons zwembad onnoemelijk veel klachten zijn over mannen die zich misdragen, maar wel omdat gescheiden zwemmen en andere vormen van ‘zedig’ gedrag sporen met de religieuze voorschriften van de islam. Voor buitenstaanders blijft het een raadsel hoe een progressieve partij niet één oogje maar beide ogen krampachtig dichtknijpt voor dit oerconservatieve en patriarchale islamitische gedachtengoed. In Frankrijk heeft men daar zelfs specifieke termen voor bedacht: islamogauchisme en soumission. Voor conservatieve moslims is Groen de gemakkelijkste weg om hun ideeën in onze samenleving te laten binnensijpelen. Mevrouw Fatma Yildiz, first lady binnen Groen in Aalst, is het enige gemeenteraadslid dat met haar kledij haar overtuiging opvallend etaleert. En neen, ze draagt geen blitse T-shirt van Groen, maar de hoofddoek van de conservatieve moslima. Ze zit daar als vertegen­woordiger van een militante en zeer zelfverzekerde godsdienst. Op veel progressieve of ecologische standpunten hebben we haar nog niet kunnen betrappen, maar ze reageerde wel heel fel toen in de commissie de werking van de Turkse moskee ter sprake kwam.

Ik kan mevrouw Yildiz als mens wel waarderen en ik vind dat politici altijd hun overtuiging mogen en moeten uitdragen. Dat is immers de essentie van hun mandaat. Het is alleen bizar om symbolen te zien die niet te rijmen zijn met het programma van de mandataris. Voor ambtenaren zit het trouwens helemaal anders. Ambtenaren zijn niet verkozen om hun persoonlijke mening te etaleren. Ze worden aangesteld om voor een goede dienstverlening te zorgen. Ambtenaren hebben een neutraliteitsverplichting. Als het van Groen afhangt, zie je die hoofddoeken straks ook achter de loketten in het stadhuis. Dat zal dan zonder en tegen mij zijn. Opzichtige religieuze of politieke symbolen horen niet thuis op de werkvloer en al zeker niet bij de stadsadministratie.

 

3/ Groen wil geheime testen om te zien of de Aalstenaars niet ‘discrimineren’.

Nu wordt het pas echt griezelig. Groen pleit voor nep-sollicitanten en nep-kandidaat-huurders die zich bij werkgevers of verhuurders aanmelden om te zien of deze zich toch niet schuldig maken aan discriminatie. In het programma staat te lezen: “Via praktijktesten en initiatieven als ‘mystery shopping’ kunnen racisme en discriminatie worden opgespoord en vervolgens aangepakt.“

Ik vind persoonlijk en principieel dat de slinger al veel te ver is doorgeslagen. Werkgevers moeten vrij zijn om aan te nemen wie ze willen. Verhuurders moeten vrij zijn om hun huurders te kiezen. In de praktijk ken ik geen enkele verhuurder die zijn woning niet wil verhuren aan een goede huurder van welke kleur of geaardheid dan ook, maar als verhuurder wil je natuurlijk wel dat de huur wordt betaald en dat het kot niet wordt afgebroken. De meeste ondernemers die ik ken, schreeuwen om geschikte werkkrachten, maar je wil natuurlijk wel iemand aanwerven die handen aan zijn lijf heeft en op tijd komt. Wie rondloopt in Aalst en de namen op de brievenbussen bekijkt, ziet dat er heel veel mensen in Aalst een job en een huis gevonden hebben, ook al hebben ze geen stamboom die teruggaat tot de proto-Kelten. Mochten er zich toch gevallen van strafbare discriminatie voordoen, dan bestaan daar nu al instanties en procedures voor. Het lijkt me niet alleen een extreem, maar ook een extreem slecht idee om nep-sollicitanten en nep-huurders op de mensen af te sturen.

 

4/ Voor Groen is Aalst geen Vlaamse stad, maar een optelsom van aparte gemeenschappen.

In het programma van Groen wordt gepleit voor het inzetten van “interculturele bemiddelaars zodat de eigenheid van elke gemeenschap wordt gerespecteerd.” Verder lezen we: “Het stadsbestuur moet gestructureerd in eerlijke en gelijkwaardige dialoog gaan met vertegenwoordigers uit het middenveld en diverse gemeenschappen.”

Met een dialoog heb ik vanzelfsprekend geen probleem: ik heb de voorbije zes jaar met mensen van alle overtuigingen en alle kleuren (zowel huidskleur als politieke kleur) aan tafel gezeten. Daar zaten soms wel eens gesprekspartners tussen die zich opwierpen als ‘vertegenwoordigers’ van een bepaalde gemeenschap. In de meeste gevallen werd snel duidelijk dat ze enkel zichzelf vertegenwoordigden of een eigen politieke, religieuze of commerciële agenda hadden.

Denkt u trouwens dat de Polen die in Aalst wonen, of de Congolezen, of de Spanjaarden, een andere mening hebben over huisvuilophaling, verkeersveiligheid of dienstverlening dan de stamboek-Aalstenaars? De 43 vertegenwoordigers van alle 86.000 Aalstenaars worden op 14 oktober verkozen. Dat zijn de mannen en vrouwen die een mandaat hebben. Als stadsbestuur moeten we daarnaast met de burgers in gesprek gaan, maar rechtstreeks en niet via zelfverklaarde tussenpersonen. Net zoals de contacten met de inwoners van pakweg Baardegem niet via de pastoor verlopen, moeten de contacten met de Aalstenaar van Turkse origine niet via de moskee verlopen of kan de pope zich niet opwerpen als de vertegenwoordiger van de Aalstenaars van Roemeense origine.

Groen is blijkbaar bekommerd om de Turkse, Congolese en Afghaanse eigenheid. Een minimale interesse voor de Vlaamse eigenheid zou ook welkom zijn, maar daar heb ik nog niets van mogen merken. Met deze denkbeelden over een stad als optelsom van gemeenschappen die elk hun eigenheid houden, staat Groen in elk geval ver af van het idee dat van nieuwkomers mag verwacht worden dat ze zich aanpassen aan de gemeenschap waar ze komen wonen. ‘When in Rome, do as the Romans do,’ luidt het gezegde. En als je in Aalst komt wonen, pas je aan aan de Aalstenaars.

 

5/ Voor Groen is afkomst belangrijker dan individuele kwaliteiten.

Groen wil het aanwervingsbeleid van de stad radicaal omgooien. In het programma lezen we: “Er moeten quota worden gehanteerd waarbij duidelijk wordt dat de stad diversiteit omarmt. Zo kijken we uit naar een divers politiekorps, een divers ambtenarenkorps,… “

De voorbije jaren hebben we bij alle aanwervingen in de stadsadministratie altijd de voorkeur gegeven aan de kandidaat die de beste resultaten behaalde. Met Groen wordt die lijn verlaten. De invoering van quota betekent dat je politiemensen of ambtenaren niet langer gaat selecteren op basis van hun vakbekwaamheid of op basis van de punten die ze behaalden op een examen, maar op basis van eigenschappen die niet relevant zijn voor de uitoefening van hun functie. Het feit dat je grootouders ook al op het Volksplein of in Hofstade woonden of je seksuele geaardheid kunnen dan flink in je nadeel spelen. Minder goed geplaatste kandidaten kunnen dan de voorkeur krijgen als die tot het juiste clubje behoren.

Ook dat is weer een extreem idee. De meeste Aalstenaars zijn niet geïnteresseerd in de vraag of de hoogblonde vrouwen, obese mannen of mensen van ik-weet-niet-welke-origine in de stadsadministratie over- of ondervertegenwoordigd zijn. Samen met de overgrote meerderheid van de bevolking kijk ik vooral uit naar efficiënte dienstverlening, ongeacht de kleur, lengte of geaardheid van de medewerkers.

 

Vertrouwen in het gezond verstand

In onze democratie is er ook plaats voor extreme ideeën en extreme partijen. Ik heb immers vertrouwen in het gezond verstand en dus het oordeel van de kiezer. Alleen is het goed om te weten welke ladingen er allemaal onder de groene vlag verborgen zitten. Naast een aantal interessante en waardevolle standpunten zie ik toch ook zeer verregaande ideeën. Dogmatische moslims en andere Aalstenaars die kiezen voor een meertalige, etnisch gefragmenteerde samenleving met gescheiden zwemmen voor vrouwen en hoofddoeken aan het loket weten in elk geval bij welke partij ze terecht kunnen. Ik blijf bij mijn standpunt dat een partij met dergelijke extremistische ideeën ongeschikt is om deel te nemen aan het bestuur van onze stad.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is