V.VAK-prijs 2014

Door Karim Van Overmeire op 13 december 2014, over deze onderwerpen: Erfgoed, Onroerend erfgoed
Redt-U-zelven

De Vereniging voor Aalsters Kultuurschoon (V.VAK) en de stad Aalst kennen jaarlijks de V.VAK-prijs toe aan mensen die een inspanning leveren om het bouwkundig of landschappelijk erfgoed in stand te houden en te herwaarderen. Dit jaar ging de prijs naar het prachtige pand ‘Redt-U-zelven’ aan de Zeebergkaai. Schepen Van Overmeire hield er onderstaande toespraak:

 

Repliek schepen Karim Van Overmeire op toespraak V.VAK-voorzitter dd. 13 december

Mevrouw de voorzitter, dames en heren, geachte aanwezigen,

Ik dank de voorzitter voor haar toespraak, die woorden van aanmoediging en ondersteuning aan het adres van het stadsbestuur bevatte. We zijn allemaal mensen en een schouderklopje doet dus altijd deugd. Maar ik dank de voorzitter ook voor de kritische noot die ze naar voor bracht. Het is mijn overtuiging dat verenigingen zoals V.VAK net door kritisch te staan tegenover het beleid, een nuttige rol kunnen spelen. Zonder kritiek, dan wel liefst op een constructieve manier geformuleerd, zijn nieuwe inzichten en noodzakelijke bijsturingen onmogelijk. En we zijn gelukkig vrije burgers in een vrij land die vrijelijk hun mening kunnen uiten ten opzichte van het bestuur.

Maar het feit dat we vrije burgers zijn in een vrij land met vrije meningsuiting heeft ook een pendant. Het feit dat we in een democratische rechtstaat leven, betekent dat de macht en de middelen van de overheid niet onbeperkt zijn. “Tussen droom en werkelijkheid, staan wetten en praktische bezwaren,” leerde Elsschot ons. Budgettaire beperkingen, om maar iets te zeggen. Of het eigendomsrecht, waardoor de overheid bij ons gelukkig tot meer voorzichtigheid genoopt is dan in totalitaire regimes. Dat betekent ook dat sommige dossiers minder snel opschieten dan u maar ook wij wel zouden willen.

Mevrouw de voorzitter, ik ga graag in op enkele concrete punten uit uw toespraak. De tentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog die u hier in het museum kan bezichtigen en die de titel ‘Tussen gemeenschap en geweld’ meekreeg, is een absolute aanrader. Het is een van de beste tentoonstellingen die we hier al hebben gehad. Zo’n tentoonstelling kan enkel maar tot stand komen door de inbreng en de samenwerking van tal van actoren, medewerkers van verschillende stadsdiensten maar ook veel vrijwilligers. Door het grote succes, en omdat we bijvoorbeeld ook alle scholen de kans willen geven om langs te komen, hebben we beslist om de tentoonstelling te verlengen tot een stuk na de eerst voorziene einddatum van 29 maart. Daarbij willen we rond de tentoonstelling nieuwe activiteiten ontwikkelen waarbij we focussen op bepaalde deelaspecten. Ik kondig in dit verband ook graag de publicatie aan van de begeleidende tentoonstellingscatalogus die in primeur zal worden voorgesteld op de lezing van curator professor Sophie De Schaepdrijver, volgende week zaterdag 20 december in het Koninklijk Atheneum op de Graanmarkt. Wie de vormgeving van de tentoonstelling heeft gesmaakt zal ook bij deze publicatie niet worden teleurgesteld.

Wat betreft het monument aan de Zwarte Hoekbrug wil ik aanstippen dat de Stad Aalst is ingestapt in het project ‘Via Dolorosa’ waarbij de terugtocht van het Belgische en het Britse leger van aan de Duitse grens tot aan de Westhoek werd gevolgd. In de steden en gemeenten waar belangrijke gebeurtenissen plaatsvonden – Dinant, Leuven, Dendermonde,… maar ook Aalst - werd  een monumentje geplaatst uit geperst oorlogsmateriaal. Als u vindt dat het monumentje door zijn beperkte omvang en in de huidige context niet echt eer doet aan de slachtoffers, dan moet ik antwoorden dat we volgens het gezegde een gegeven paard niet in de bek mogen kijken. Ik wil zeker onderzoeken of we geen meer geschikte locatie kunnen vinden.

Eerder dan te kiezen voor een nieuw monument, wil ik ervoor pleiten om de bestaande oorlogsmonumenten goed te onderhouden. De oorlogsmonumenten op ons grondgebied zijn op dit ogenblik reeds allen geïnventariseerd. De volgende stap is de systematische aanpak tot renovatie. Zo komt het monument in Erembodegem eerst aan de beurt. Ik moet u meedelen dat de kosten voor het herstel sneller oplopen dan een leek zou vermoeden. Het zal u niet verbazen dat een en ander niet evident is in budgettair moeilijke tijden. We proberen met het stadsbestuur een goede balans te vinden.

Samenwerken is cruciaal. De Aalsterse Erfgoedcel gaat vanaf volgend jaar op in Erfgoed Denderland, het recent opgestarte intergemeentelijk samenwerkingsverband van Aalst, Ninove, Denderleeuw, Erpe-Mere en Lede rond cultureel-erfgoedbeleid. Door deze samenwerking vallen we in de prijzen  en krijgen we van de Vlaamse regering  voor de periode 2015-2020 een werkingssubsidie van 246.946 euro. Daarmee plannen we volgend jaar een studiedag en een tentoonstelling rond de 200ste verjaardag van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, toen Nederland en België één land vormden en er ook in onze streek grote veranderingen plaatsvonden. Daarbij denk ik aan de terugkeer van de door de Fransen gestolen Rubens naar de Sint Martinuskerk, of aan de bouw van het huidige stadhuis. Verder willen we werken rond molenerfgoed, rond onze hop- en biercultuur, dialecten, Valerius de Saedeleer, enz…

Een van grootste projecten met een belangrijk erfgoedkundig luik is de bouw van een nieuwe bibliotheek op de Pupillensite, meer bepaald op het gedeelte waar vroeger de Gerechtelijke Politie was gehuisvest. Er wordt momenteel hard gewerkt om de conceptnota te vertalen naar een vlekkenplan. Ik moet u zeggen dat het een ongemeen boeiende uitdaging was om na te denken over hoe de bibliotheek van de toekomst er moet of kan uitzien. We willen ook andere functies in het gebouw binnenbrengen, en daarbij is er vanzelfsprekend ook plaats voor erfgoed. De nieuwe bibliotheek komt op een plek waar eerder het klooster van de Zwarte Zusters stond, en we willen zeker op één of andere manier naar deze geschiedenis verwijzen. Maar er is meer. Bij de voorbereiding van de conceptnota brachten we een bezoek aan verschillende bibliotheken in Vlaanderen en in Nederland. In Gouda troffen we midden in de bibliotheek een werkende drukpers aan, waar bezoekers zelf bijvoorbeeld uitnodigingen voor doopfeesten of huwelijksplechtigheden konden laten drukken. Ik denk dat een dergelijke insteek in Aalst, de stad van Dirk Martens, toch één van de pioniers van de boekdrukkunst, ook mogelijk moet zijn.

Een nog groter project, zeker wat de financiële ondersteuning betreft, is de restauratie van de Sint-Martinuskerk. We zijn erin geslaagd om een belangrijke meerjarige subsidieovereenkomst te sluiten met de Vlaamse regering ten bedrage van 22 miljoen euro, waarvan 18 miljoen euro subsidies. Dankzij deze overeenkomst zal de Sint-Martinuskerk tegen 2027 volledig gerestaureerd zijn. Architect Karel Breda, die zijn sporen heeft verdiend met de restauratie van de Basiliek van Halle en de Brusselse Zavelkerk, wil inzetten op een performante publieksontsluiting waarbij we scholen, verenigingen en buurtbewoners, Aalstenaars en bezoekers van buitenaf, zoveel mogelijk betrekken bij de werkzaamheden. Niet alleen de kerk, maar ook de restauratie van de kerk moet een toeristische trekpleister worden. Mag ik in dat verband verwijzen naar de manier waarop de restauratie van het Lam Gods in Gent wordt opengesteld voor het grote publiek? Iets dergelijks moet in Aalst ook kunnen. We willen V.VAK uitnodigen om hier samen met ons over na te denken. Een formele uitnodiging volgt nog, maar bij deze steek ik al de hand uit.

Mevrouw de voorzitter, ik wil de leden van V.VAK maar vooral uzelf als uittredende voorzitter bedanken voor uw engagement, en ik wens de nieuwe voorzitter samen met alle leden en sympathisanten van V.VAK, nog veel moed en inspiratie om in een kritische maar constructieve geest en samen met het stadsbestuur zorg te dragen voor het erfgoed van onze stad.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is